Het was mijn koudste – oud en nieuw – ooit, maar dan wel op een van de mooiste plekken van Zuid Amerika, een kaap in Uruguay afgesloten van de buitenwereld. Nu ik terug ben in Buenos Aires kijk ik terug op een veelzijdig jaar dat werd afgesloten met een unieke vakantie. Terug in de realiteit lijkt 2009 pas echt te beginnen. Nieuwe plannen, voornemens, maar vooral meer nieuwe avonturen. Maar eerst een terugblik op de jaarwisseling en het Uruguayaanse Utopia.
...
In het laatste weekend van 2008 pakte ik mijn tas om op de 29e te vertrekken. Met mijn paspoort op zak die na drie maanden Argentinië schreeuwde om een nieuw toeristenvisum passeerde ik de douane in de terminal van de – Buquebus –. Door de incheckbalies met lange rijen voelde het gebouw aan als een luchthaven, waar het niet dat we even later in een boot zaten in plaats van een vliegtuig. De – Buquebus –, een boot verbinding met Uruguay, was dan ook een ware opluchting met alle aanwezige vakantiestress van medereizigers om me heen. Ik betrad een veerpont dat een klein dorp op zich was. Winkels, terrassen, gokautomaten en ruim opgezette stoelen tot wel twintig naast elkaar. Het betrof het tegenovergestelde van de benauwdheid van een vliegtuig. Heerlijk dommelde ik weg in het blauwe pluche van de Buquebus. Enkele uren later was het comfort voorbij. Als low-budget reiziger had ik natuurlijk het goedkoopste ticket genomen, en dit betekende een bus vanaf Colonia naar Montevideo in plaats van de rechtstreekse bootverbinding. Slaperig kwamen we aan in de hoofdstad van Montevideo waar we die avond zouden overnachten bij vrienden van vrienden. Veel meer dan een lange wandeling langs het strand met zijn eindeloze appartementen met witte balkonnetjes werd het niet in Montevideo. Na een slechte nacht op een geïmproviseerd bed begaven we ons halfslaperig met en een kop lauwe koffie achter de kiezen naar het busstation. De maatschappij die ons vervoerde luisterde naar de prachtige naam – Rutas del Sol –, het begin van onze vakantie. Ik splitste me af van de groep die zich rechtstreeks naar Cabo Polonio begaf. Door een uitnodiging van een architect in zijn vakantiehuis pakte ik een andere bus om de eerste vakantiedag door te brengen in het zonnige – La Pedrera -.
Strand van La Pedrera
Een drietal uren na vertrek uit Montevideo liep ik in de brandende zon met backpack door La Pedrera. Het resort waar ik moest zijn bleek vier kilometer verderop te liggen. Dus pakte ik de eerste volgende bus voor een eurootje om zo’n vijf minuten later me precies laten af te zetten op de plaats van bestemming. In Uruguay kun je je busstation zelf maken. Daar stond ik, in de middle of nowhere met m’n schetsboek en de naam van een Uruguyaan die het park beheerde. Het rood bruine zand van de landweg kraakte onder m’n Allstars. De parkeerbeheerder zag me al van honderden meters ver aankomen en bleef me compleet verbaasd aanstaren tot het moment dat ik zijn naam noemde. Vriendelijk legde hij mij de locatie van het vakantiehuis van de architect uit zodat ik mijn pad over de zandweg kon vervolgen. Ik liep op een groot stuk grond van vele hectares groot met hier en daar een huis dat aandeed als een paviljoen. Het glooiende landschap zorgde ervoor dat ik pas na tien minuten het huis kon zien dat ik zocht. Ik trof de vrouw en kinderen van de architect en werd na een verbaasde blik binnen gelaten. Een wit strak vakantiehuis met bescheiden zwembad en prachtig uitzicht. Een uur later trof ik de architect waarop een ontspannen middag volgde. We liepen over een prachtig verlaten strand, dronken wijn, aten – pan dulce (zoete kerststol) – en natuurlijk was er – dulce de leche -. Een super vriendelijke man die me ’s avonds afzette in het centrum van- La Pedrera -. Na het vinden van een hostel sjokte ik even langzaam als de locals door de straten en langs het prachtige strand. Een ontspannen plek met dito mensen. Uitgeput van al het gereis probeerde ik ’s nachts mijn rust te pakken. Het hostelfeestje en mijn beroerde kamergenoot waren niet de beste ingrediënten voor een zwoele zomernacht in deze rustige badplaats.
Vakantiehuis La Pedrera
Op de laatste dag van het jaar stond ik vroeg in de morgen bij het busstation van La Pedrera om in een half uurtje naar Cabo Polonio te reizen. Met een grote groep medereizigers werden we een half uurtje later afgezet aan de kant van de weg. Door de onbereikbaarheid van het dorpje waren we genoodzaakt een taxi te nemen. Een minitruck, met grote banden om de duinen en het strand te trotseren, bracht ons al wiebelend en schokkend in een half uur naar de plaats van bestemming. Een duinlandschap van zand en gras. Een strand, een vuurtoren, houten huisjes en een wapperende vlag. Een plek waarover normaal alleen wordt geschreven. Ik was er. Via zandwegen bereikte ik het strand. Ik vroeg me af waar in vredesnaam mijn hostel zich moest bevinden. De professionele website van mijn slaapplek contrasteerde met het houten gebouwtje dat het hostel moest voorstellen. Ik trof de zwevende eigenaar en begroette de mensen in de hangmatten. Ik prees me gelukkig, want de veranda in combinatie met het uitzicht op de oceaan leek de beste plek van de kaap te zijn. Geheel zonder elektriciteit was het dorp niet, dus trof ik boven verwachting een koelkast in de gemeenschappelijke keuken. Desalniettemin werd het hele dorp ’s avonds slechts verlicht door kaarsen en de maan. Na een zoektocht door het mini dorpje vond ik mijn Argentijnse vrienden die een te klein huisje hadden gehuurd voor te veel mensen. Er werd getoost op de waanzinnige plek waar we die avond oud en nieuw gingen vieren.
Het oosten van de kaap
Oudjaarsavond was koud. Na een flinke regen het weekend ervoor was er een zuidenwind komen opzetten die heel Uruguay deed bibberen. Dus droeg ik een lange broek met twee T-shirts, een trui en een trainingsjas terwijl we aftelden tot het twaalf uur was. Kort na het avondeten toostte ik nog op jullie in Nederland gezien het nieuwe jaar in Europa al was begonnen. Drie uur later ontpopten we de champagne, wensten we elkaar een gelukkig nieuwjaar en keken we naar prachtig vuurwerk. Dit was prachtig te zien doordat het hele dorp donker was en mensen flink hadden geïnvesteerd. We trokken met de groep door het duinlandschap, dronken met wildvreemden, kusten iedereen een gelukkig nieuwjaar en eindigden al dansend in het plaatselijke restaurant op een houten dansvloer. Zonder zaklantaarn was het moeilijk om de weg terug te vinden. Met het eerste geluk van 2009 in het bloed bleek het slechts een kwestie van vallen en opstaan en viel ik als een blok in slaap in mijn houten stapelbed met het geluid van de zee op de achtergrond.
Zonsondergang
Donderdag 1 januari werd ik uit mijn bed gebrand door de zon en besloot ik voor het eerst in mijn leven een nieuwjaarsduik te doen. Nog half slapend rende ik over de Zuid Amerikaanse schelpjes rechtstreeks de oceaan in. In één klap was ik wakker. Ik had de smaak voor 2009 direct te pakken. Heel veel warmer was het die dag niet, dus pakte ik een aansteker om een superklein boilertje aan te steken die mij een warme douche bezorgde, waar het niet van een heel klein straaltje. Ik verkende de kaap die aandeed als een eiland doordat het werd ingesloten door de oceaan aan noord-, oost- en zuidzijde. Dit betekende twee stranden, een Noordstrand en een Zuidstrand, en een stenige Oostkant. Deze oostkant betrof het leefgebied van honderden zeeleeuwen. Dus liep ik over de stenen om wat plaatjes te schieten van deze vormloze beesten. Ik schrok me dood toen één van hen zijn bek opentrok op het moment dat ik onbedoeld tot twee meter was genaderd. Ik deinsde terug, geschrokken en verbaasd door de agressie en het formaat van deze mannelijke zeeleeuw. Vanaf het hoger gelegen deel van de Kaap was het dorp prachtig te zien. Een zanderige hoofdstraat was te herkennen waar bewoners hun handgemaakte souvenirs verkochten. De vissersboten werden met balken over het strand verplaatst om zich direct weer klaar te maken voor de volgende nacht. Het zuidstrand bezat dezelfde schoonheid als het noordstrand waardoor de keuze slechts werd gebaseerd op de windrichting. Het fascinerende decor van stranden, huizen en duinen werd afgemaakt door nog mooiere luchten. Overdag blauwe hemels met sprookjesachtige witte wolken en ’s avonds een zonsondergang die de hemel van lichtoranje tot vuurrood kleurde.
Uitzicht vanuit het hostel
Het waren heerlijke dagen waarin ruimte was om te lezen, te schrijven en te dromen. Na drie dagen besloot ik de hoogste duin in de verte te beklimmen wat mij na een uur sjokken door het zand een prachtig uitzicht bood op het dorpje. Via een lange omweg terug zag ik de meest uiteenlopende kleuren zand, verschillende soorten gras en in een uitzonderlijk nat stukje zelfs kikkers. De zon ging onder en ik genoot. Samen met mijn nieuwe vrienden van het hostel bekeken we later op de avond ook de ondergang van de maan. De maan verdween achter de bomen, waardoor het dorpje zich in nog meer duisternis hulde. Een fascinerende sterrenhemel sluierde zich over de kaap. Getipt door een Spanjaard liepen we rond middernacht naar het strand om Plankton aan de oppervlakte van de oceaan te zien zwemmen. Plankton fluoresceert ‘s nachts en lijkt licht te geven. Ik trok m’n schoenen uit en stapte voorzichtig in het water. M’n voeten werden omgeven door plankton zodat het leek alsof ze waren gehuld in kerstverlichting. Een fascinerend natuurfenomeen waar ik lyrisch over werd. Ik bedacht me niet en rende naar het hostel voor m’n zwembroek. Die nacht sprong ik in de oceaan en werd m’n lichaam door de natuur verlicht. Ik schreeuwde van opwinding terwijl de adrenaline m’n lichaam moeiteloos verwarmde. Ik trok mijn arm uit het water en hield het tegen de achtergrond van een zwarte lucht met stralende sterren. De sterren leken door te lopen over mijn linkerarm door de aanwezigheid van het lichtgevende plankton. Uniek, spectaculair, ronduit fantastisch. Na een warme douche en een warme trui bleef ik voor het hostel uren luisteren naar het geluid van de oceaan.
Toch televisie
De volgende dag werd ik energiek wakker en was het genoeg geweest op deze plek. Ik had prachtige natuur gezien, mooie mensen ontmoet en goed gefeest. Het was tijd om het ontspannen dorp waar dagelijks massaal wiet werd gerookt te verruilen voor de echte wereld. Tijd voor al die nieuwe plannen die ik in de afgelopen dagen had gemaakt. Dus pakte ik de dag erop, vroeg in de morgen, onder het genot van een stralende ochtendzon met lange schaduwen, de speciale taxi naar de vaste weg. Een bus naar Montevideo en een bus naar Colonia. Vanaf Colonia de Buquebus naar Buenos Aires. Vanaf het bovendek zagen we de wereldstad naderen. De skyline met zijn hoogbouw en verlichte kantoren in een gouden decor van zonlicht lachte ons toe. Het voelde heerlijk om weer thuis te zijn. Tot mijn eigen verbazing veranderde ik als een kameleon mee met m’n omgeving. Ik stuurde e-mails, scheerde me eindelijk weer eens na vijf dagen, deed me te goed aan een volle koelkast en nam een uitgebreide douche. Nu is de stad uitgestorven en zweet het in de warme zomerzon. Dezelfde zon die dankbaar wordt gebruikt voor het smeden van de beste plannen voor komende dagen, maanden en jaren.
De foto's maken het verhaal af van de plek waar ik dagen lang geen besef had van tijd, datum of dag...
Zeeleeuwen Cabo Polonio vanuit het oosten Vissersboten Achtergevel hostel Zuinig met water! Cabo Polonio vanuit het westen Restaurant Wandelen langs het strand Noordstrand (vroege morgen) Taxi terug Het bovendek van de Buquebus, terug naar Buenos Aires
Geen opmerkingen:
Een reactie posten